Mystic Words answers Mystic Words SeaShell level 13 Mystic Words Gold level 13 Mystic Words Magenta level 13 Mystic Words OldLace level 13 Mystic Words Beige level 13 Mystic Words Orchid level 13
Wouter De Ruyck - Fiets en andere verhalen

24 Jun

0 Comments

Pajotse 400

by

Toen ik vorige week aan het rondsurfen was op zoek naar een organisatie voor het weekend van 20-21 juni, kwam ik per toeval op de website van de Pajotse 400 terecht. Dat is een organisatie waarbij je 400 km fietst in maximum 24u. Na de tour 300 op 1 mei had ik nochtans niet echt het idee om nog een langere tocht te doen, maar de Pajotse 400 sprak me wel aan, en dus schreef ik me in.

19 juni, om 22u was het zover. Met 76 deelnemers stonden we aan de start, verdeeld over 2 startboxen om in groep de eerste 200 km af te leggen. De eerste startbox had als streefdoel 28-30 km/u, de tweede 24-26km/u. Ik had vooraf gekozen om in de eerste groep plaats te nemen en wel af te wachten of dit zou lukken, en zo niet, dan liet ik me wel uitzakken.

Stipt om 22u vertrokken we voor de eerste lus van 100 kilometer richting Oudenaarde. In het begin was het nog aan het schemeren, maar al snel viel de nacht en ging het in het donker verder over voor mij toch wel bekende wegen (afdaling Berendries, Ruiterstraat, Wolvenberg).

1797970_10153424899554233_5239349080252807287_n

Omstreeks 12 u zaten de eerste 50 kilometer erop en was er een korte bevoorradingsstop in Oudenaarde. Na een tiental minuten vertrokken we weer en gingen we via de Kaperij richting Geraardsbergen waar de muur ons toelachte. Het geeft wel een speciaal gevoel om rond 1 u ’s nachts de muur te beklimmen. Al bij al ging het ook goed, maar natuurlijk was er nog maar een 75 km gereden.

Rond kwart voor 2 kwamen we terug aan in Gooik (de startplaats) met 100 kilometer op de teller. De organisatie had voor iedereen lekkere, verse soep voorzien!
Jammer genoeg kwam het bericht dat het beginnen regenen was. Het klonk onschuldig, maar toen we terug naar buiten gingen om te vertrekken, was het aan het watergieten. De regenjassen werden aangedaan en met al iets minder zin vertrokken we voor de tweede lus richting Brussel.

Ook in deze lus zaten enkele hellingen, zoals de Bruine put. De regen maakte het erg lastig, vooral om goed te zien. De regen zorgde ook voor 5 lekke banden, waardoor de groep af en toe een langgerekt peleton was, en er zelfs gaten vielen.

De bevoorrading in Lot was welgekomen om de reserves terug aan te vullen. Het was intussen alweer 2 u later, en het begon al opnieuw te schemeren! De nacht hadden we overleefd, nu konden we aan onze dagtaak beginnen. De regen hadden we intussen allemaal gehad (buiten een paar druppels die er later nog vielen), en wonderwel zagen we zelfs de zon mooi opkomen, maar toch blijft het een raar gevoel om zo vroeg op de fiets te zitten.

Door de lekke banden was het allemaal wat trager gegaan, en waren we wel blij dat het laatste deel van de tweede lus wat minder lastig was.

Rond kwart voor 7 kwamen we aan in Gooik, alwaar Leroy klaar stond aan de inschrijvingsstand. Het was de bedoeling dat hij de laatste 200 km zou aanpikken. Voor ons was er echter eerst nog een méér dan welgekomen maaltijd: spaghetti. Sommigen kozen ervoor om ook te douchen en andere kledij aan te doen. Vanaf nu was het ook zonder begeleiding, dus waren we meer op onszelf aangewezen.

Samen met Leroy en 2 kameraden van hem vertrokken Tom – die ik in de eerste 200 km leerde kennen – en ik voor de derde lus. Jammer genoeg had één van Leroys kameraden wat minder getraind én was het parcours iets te lastig. Voor ons was het een kwestie van het tempo wat gelijk te houden. We wisten ook wel dat we de 27,8 gemiddeld uit de eerste 2 lussen niet gingen halen, maar we wilden ook niet téveel inhouden. We namen daarom al behoorlijk snel afscheid van Leroy en gingen op jacht naar het groepje voor ons. Na een kleine inspanning konden we daar aansluiten, maar jammer genoeg viel Tom plat. Ik koos ervoor om te wachten, want anders zat hij ook maar alleen. De andere hadden het niet direct door, maar beslisten te wachten aan de bevoorrading.

Na 50 kilometer in lus 3 kwamen we opnieuw samen aan de bevoorrading, en werd ons groepje waarmee we de resterende kilometers gingen afleggen gevormd: Tom, Thibaud, Karim en Alain zouden mijn metgezellen zijn!

Ik voelde intussen dat de vermoeidheid al wat begon op te spelen, en liet het meeste kopwerk over aan hen. Op het stuk langs de Dender kon ik me nog even op kop zetten om hen wat uit de wind te zetten, maar het parcours was voor de rest iets té lastig voor mij. Elke heuvel in de buurt hebben we gedaan denk ik, en het was veel draaien en keren waardoor je geen ritme kon vinden. Veel namen ken ik daar niet van hellingen, maar ik herinner me wel nog de Keeperenberg.

Na nog eens 50 kilometer (eigenlijk maar 48) kwamen we aan de sporthal van Gooik. De lus hadden we afgewerkt aan een gemiddelde van 26,6. Dat vonden we toch wel behoorlijk deftig, gezien de vele hellingen. In Gooik werden we verwend met een broodjesmaal; honger zouden we echt niet krijgen!

11010573_10153426269269233_8998328985607894343_n

Intussen was ook mijn vader aangekomen. Hij zou de laatste 100 kilometer met de motor achterrijden en ook de zus van Karim zou ons langs het parcours af en toe spotten om ons op de gevoelige plaat vast te leggen!

De laatste lus ging richting Enghien en Henegouwen. De streek was iets minder lastig, wat welgekomen was. Ik probeerde in het begin nog wat kopwerk te doen, maar moest mij uiteindelijk achteraan installeren. De andere waren toch wel wat sterker, maar we waren van het principe: samen uit, samen thuis!

IMG_4536IMG_4866

In het wiel ging het nog behoorlijk goed, en zag ik vooral dat de snelheid nog behoorlijk hoog was. Op het einde van de lus zaten er wel nog enkele hellingen in: de Bosberg en de Congoberg. Op beiden was het serieus duwen om boven te geraken, maar we zijn erop geraakt. Na de Congoberg was het aftellen geblazen naar de laatste kilometers.

Rond kwart na 4 was het dan zover: de aankomst terug in Gooik! Op de teller stond… 398 kilometer! 2 te weinig dus. Dat moest toch rechtgezet worden, dus deed ik er nog 2 kilometer extra bij, om toch aan die 400 te komen!

De 400 kilometer was toch wel een serieuze onderneming. Het is niet alleen een gevecht tegen de slaap (want af en toe is het toch lastig, ergens ben ik wel blij dat het ’s nachts regende, die zorgde ervoor dat je wakkerder bleef), maar het is ook een mentale kwestie. Ik had vaak het idee dat het al erg laat op de dag was, want het komt ook niet zoveel voor dat ik om 12u al 300 km op de teller staan heb. Als je dan beseft dat het nog maar rond de middag is, dan stelt dat wel gerust, want je hebt nog tijd.

IMG_4884

Uiteindelijk zijn er van de 76 starters 44 gefinisht. Toen wij aankwamen waren er al 7 personen binnen. Het gemiddelde over het volledige parcours van 27,3 overtreft al mijn verwachtingen! En voor wie nog van statistiekjes houdt: in totaal 18u44 onderweg, waarvan 14u41 effectieve rijtijd. Dus toch 4u stilgestaan.

Ik wil vooral mijn 4 locomotieven bedanken voor de laatste 150 kilometer, waarbij ik vooral in het wiel heb gehangen. ’k Wou dat ik meer steun had kunnen bieden.

En last but not least: mijn vrouwtje voor de morele steun (en sorry voor de ongerustheid door ’s nachts te gaan fietsen) en mijn ouders ook voor de morele steun onderweg en de moto begeleiding.

Wat de volgende stap is, dat zien we nog wel 😉

Filed Under: Uncategorized

29 Apr

0 Comments

Liège – Bastogne – Liège Challenge

by

“Nooit meer!” Dat waren mijn woorden vorig jaar na de LBL cyclo. Een paar maanden later ging het over naar een misschien en sedert begin dit jaar stond vast dat er toch een tweede keer ging komen. Deze keer beter voorbereid, én hopelijk dus iets sneller terug in Luik.

Net zoals vorige keer trok ik op vrijdagavond al naar Luik om er te overnachten in de mobilhome van Peter. Hij had op vrijdag onze nummers al opgehaald, zodat we geen tijd verloren bij de start. Bedoeling was om op tijd aan te zetten, want het beloofde een lange dag te worden én met de slechte weersvoorspellingen was het toch wat afwachten.

Op zaterdagochtend hoorden we de regendruppels al goed vallen terwijl we aan het ontbijten waren. Het maakte veel lawaai, maar al bij al leek het nog mee te vallen. De echte buien waren het nog niet, hou het maar bij motregen / miezeren.

Rond 10 voor 7 vertrokken we uiteindelijk vanaf de mobilhome. De nieuwe startplaats lag beneden aan de Maas waardoor we al bij al behoorlijk snel het centrum uit waren, én gelukkig de kasseiafdaling van vorig jaar niet meer hadden. Het leek er op dat er minder volk was dan afgelopen jaar, want ik herinnerde me de eerste klim vooral een lange sliert van wielertoeristen. Nu werd er meer in groepjes gereden. Waarschijnlijk had het regenweer wat mensen doen afhaken, ofwel lag het aan ons startuur.

10957201_10153288009019233_6575476148546574954_o

Mijn motto doorheen de dag was: rustig blijven, geen onnodige krachten verspillen en vooral niet op kop rijden. Tijdens de eerste beklimmingen voelde ik dat dit zou moeten lukken. We haakten ons wagonnetje aan bij een groep die we goed vonden qua snelheid. De kilometers gingen vlot voorbij en na iets meer dan een uur kwamen we al aan in Remouchamps. Hier passeerden we ‘s avonds nog eens, dan om La Redoute aan te vallen.

Iets voorbij Aywaille veranderde het parcours ten opzichte van het jaar ervoor, maar wat niet veranderde was het feit dat het niet vlak was, maar erg steile stukken zaten er nog niet in. Het weer was nog steeds niet optimaal, de perioden van hardere regen wisselden af met iets zachtere regen. Sowieso is het soms moeilijk te weten of je nat wordt van het opspattend vocht, of van de regen. Gelukkig was het niet erg koud.

De eerste stop bereikten we na bijna twee uur: Bomal. Een erg goed verzorgde stop, alles ging vlot en na een 10 minuutjes konden we Bomal verlaten. Bij het buitenrijden van Bomal besliste één van mijn bommetjes om uit de houder te vallen. Parijs – Roubaix was er geen probleem voor, maar één put in de Ardennen was te heftig voor de houder.

De nieuwe route is erg mooi, en volgens mij evenveel klimmen, maar veel gelijkmatiger. Ik was wel blij als ik het bord Samrée zag, want dat wou zeggen dat we mochten afdalen richting La Roche-en-Ardenne. Een afdaling van een 8 tal kilometer, zo gaan de kilometers snel voorbij natuurlijk. Het enige nadeel als je veel daalt, is dat je natuurlijk terug moet klimmen, én dat langs de eerste officiële klim van de dag: Côte de La Roche-En-Ardenne. Het ging nog steeds behoorlijk vlot, maar toch voelde je al dat er iets in de benen zat. Van vorig jaar wist ik dat het stuk dat nu volgde me een eerste keer gekraakt had. En ook nu voelde ik dat het hier toch lastig ging. Peter reed wederom erg sterk en heeft de klasse om een hoog tempo te kunnen rijden, of kort te versnellen. Dat heb ik nooit gehad, waardoor ik meestal de aansluiting met de groep net mis, en dan op enkele meters blijf hangen.

Intussen was het weer wel al verbeterd, en zagen we heel soms de zon even opduiken. De wegen werden op sommige plekken ook al droger, al had de wind hier ook wel mee te maken. Hij waaide toch wel stevig, maar gelukkig was het na bevoorrading 2 grotendeels meewind.

Na bijna 5 uur kwamen we aan op de 2e bevoorrading in Bastogne. 112 km hadden we op dat moment afgelegd, en het was tijd om goed bij te tanken, want vanaf nu zou het wel eens wat lastiger kunnen worden. De volgende bevoorrading werd op 60 kilometer aangekondigd (of heb ik dat bord nu zo verkeerd gezien).

Na Bastogne ging het in vliegende vaart. We konden aansluiten in een groepje met Jasper Verduyn, die vorig jaar de 8hr van Francorchamps won. Op de lange rechte baan ging het vlotjes, maar eens het klom, liet ik hen maar rijden. Peter kon waarschijnlijk nog gemakkelijk aanpikken, maar hij was zo vriendelijk om weer wat in te houden.

Houffalize kwam nu toch wel dicht, en daar lag de Côte St. Roche op ons te wachten. Dit is zo één van die hellingen waarbij ik tevreden ben dat ik een triple heb, en ik denk dat Peter ook wel even vloekte op zijn compact. Ik moest niet echt 100% diep gaan om boven te geraken, dus dat stemde me wel positief, al besloot ik op de volgende hellingen toch maar mooi mijn tempo te rijden en mij van niemand iets aan te trekken qua snelheid. We waren dan wel al over halfweg, maar dat wou toch nog zeggen dat er nog een 130 kilometer kwamen.

Na 146 km zag ik opeens een herkenbaar bord: “bevoorrading”. Ik had het dus verkeerd gezien bij de vorige bevoorrading. Voor de derde keer mochten we ons volproppen met meli-koeken, suikerwafels en wat fruit. Het ging steeds minder goed binnen, maar ach, beter dan niets. Net als we beslisten om te vertrekken, openden de hemelsluizen zich opnieuw. Het begon nu wel heel hard te regenen, en we zaten bijna op het hoogste punt, dus dat wou zeggen dat er een afdaling in de regen volgde. Het was toch wel erg fris. Op zo’n momenten heb je spijt dat je geen handschoentjes draagt.

De volgende 20 kilometer gingen lichtjes bergaf en konden we wat verschuilen in een groepje, met als locomotief Peter. Niet zo ver voor de Wanne liet ik hem rijden, want ik wou de Wanne al niet té uitgeput aanvatten. Hij had het gelukkig door en samen draaiden we op. Erg vlot ging het niet, vooral het tweede deel, maar het was toch sneller dan vorig jaar.

Bovenop de Wanne heb ik eventjes uitgeblazen, want er was maar 1 afdaling tot aan de Stockeu. Op de Stockeu brak vorig jaar de veer, en nu leek dat ook wel, maar in tegenstelling tot vorig jaar vloog niet iedereen mij voorbij, dus leek het mij wel beter te gaan. Ik voelde dat er nu toch nog wel meer in de benen zat dan vorig jaar.

In Stavelot, tussen de Stockeu en de Haute Levée, lag de vierde en voorlaatste bevoorrading. Nu ging er een behoorlijk zwaar stuk komen met de Rosier en La Redoute. Vol goede moed begonnen we hieraan, al waren we al 8u21 onderweg (en de goesting werd toch al wat minder). Over de Haute Levée kan ik kort zijn, de eerste kilometer ging niet zo super, maar eens het wat minder steil was, ging het behoorlijk.

De Rosier leek vorig jaar een eindeloze onderneming, nu had ik het idee dat dit hier een heel stuk vlotter ging. Eigenlijk is het wel een helling die me moet liggen en die ik nog eens zal moeten doen zonder eerst naar Bastenaken te rijden.

Vanaf de Rosier was het gelukkig weer een goed lopend stuk, en we konden ons opnieuw in een goede groep nestelen. Tot aan de voet van La Redoute waren er nu nog 27 kilometer, en op minder dan een uurtje stonden we daar én veel krachten waren er niet verspild.

In de editie van 2014 lag de laatste bevoorrading aan de voet van La Redoute, nu er voorbij. Voor iemand zoals ik, die altijd moeite heeft met opnieuw in gang komen, is dat ideaal! Aan de voet maakte Peter een schakelfoutje waardoor hij even moest stoppen, ik reed rustig door, wetende dat hij me daarna toch zou voorbij vliegen. Met alle moeite van de wereld ben ik bovengeraakt, en daar heb ik toch eventjes moeten staan uithijgen. Het lastigste was volgens mij nu achter de rug, want de resterende klimmen waren zo heftig niet meer.

11206821_10153288009889233_5837960756125692871_o

Zoals reeds gezegd lag de bevoorrading nu net na La Redoute, in Sprimont, om vervolgens richting de Roche Aux Faucons te gaan. Dé helling waar ik me nog steeds het SMSje van Jan over herinner toen ik ‘boven’ was: “Heb je de uitloper al gehad?” Daarom besliste ik om deze keer niet boven even te stoppen, maar gewoon door te rijden. Op de uitloper zag ik naast mezelf nog veel andere stervende zwanen, maar… ik zag ook een blauwe hemel. De zon kwam er intussen ook al door dus het beloofde een finale te worden in de zon.

11150925_10153278992594233_6889486027625619700_n

Wat restte was nog de duik naar Luik, langsheen de oude staalfabrieken en het stadion van Standard Liège om zo tussen de woonwijken de Saint Nicolas aan te vatten. Het was een voordeel dat ik deze vorig jaar al eens gedaan had, waardoor ik heel wat herkenningspunten had. Het ging al bij al nog behoorlijk, geen toptijd, maar toch was ik wel tevreden! De laatste officiële helling zat erop! Wat nog restte was de aankomststrook naar Ans. Daar is het altijd wat opletten, want je rijdt tussen al het verkeer, en niet elke chauffeur vindt al die wielertoeristen zo tof!

Boven aan Ans zaten de 264 km erop! De resterende kilometertjes brachten ons terug bergaf naar de Maas, waar we rond 20 voor 8 aankwamen, moe maar zeer voldaan. In tegenstelling tot vorig jaar was de finish wel nog open, waardoor we ons nummer nog konden inwisselen voor een t-shirt (leuk trouwens dat er nu eentje speciaal voor de volledige afstand was). Daarnaast ook een medaille opgehaald én het rennertje van de volledige Skoda Classic Challenge! Vorig jaar was het een kasseisteen, nu kregen we een miniatuurrennertje als beloning!

Aan een tafeltje heb ik nog even wat nagekaart met Peter. Het was een zware editie geweest door de regen, al hadden de voorspellingen het nog iets erger gezegd. Al bij al zijn we er goed doorgekomen, maar we kunnen wel stellen dat Luik de zwaarste van de serie is!  Het globale gevoel is echter zeer goed! We hebben het maar weer eens gedaan, dit pakken ze ons niet meer af!

11182144_10153279117194233_7000060770396163707_n

Luik-Bastenaken-Luik zal nooit mijn favoriete tocht worden, maar het is toch wel grenzenverleggend! Vorig jaar hier enorm afgezien, dit jaar gewoon afgezien. Ik was blij dat ik mijn eigen tempo heb kunnen rijden en af en toe gezegd heb tegen Peter dat het té snel ging, of het ging opnieuw een lijdensweg worden. Hem ligt dit werk duidelijk beter, maar dat heb je met toppers, die zijn overal goed in.

Wederom bedankt aan iedereen voor de reacties en het meeleven! Peter natuurlijk opnieuw voor het gebruik van de mobilhome en het gezelschap! Het waren 3 lastige tochten, maar we hebben dat goed gedaan, al zeg ik het zelf! Het thuisfront, en in het bijzonder Magalia, wil ik danken voor alle steun, en het aanhoren van het geklaag ;-).

Filed Under: Uncategorized

13 Apr

0 Comments

Paris Roubaix Challenge 2015

by

Een weekje na de Ronde van Vlaanderen kozen Peter en ik er opnieuw voor om een klassieker te rijden. Vorig jaar leerden we elkaar op deze tocht kennen toen we beiden de 141 km reden. Voor de editie van dit jaar stelde ik hem voor om eens de volledige afstand te rijden. Bij deze klassieker gaat het dan om een tocht van 161 km, we pikken in op de profversie 12 km voor de eerste kasseistroken.

Praktisch gezien zorgt deze rit wel voor wat organisatie. Start en aankomst liggen op anderhalf uur rijden met de wagen van elkaar. Daarom vertrokken we op vrijdagavond al naar Roubaix. Daar parkeerde ik mijn wagen en reden we verder met de mobilhome van Peter om ons aan de start te parkeren. We vonden een mooi plakje op enkele tientallen meters van de start. Dichter kon je niet staan. De plaatselijke jeugd was ook buitengekomen, ze vonden het vooral bizar dat er zoveel mensen uit het buitenland naar hun streek komen. Le Nord is nogal doods inderdaad, en lijkt toch wat desolaat (al heeft Busigny wel een modern uurwerk op zijn toren die afsteekt met de omgeving).

Na een behoorlijke nachtrust (de haan kraaide al om 2u ’s nachts, de ezels balkten elk half uur, er liepen ook ganzen in de buurt en de klok slaat elk uur), begon het feest om 6u ’s morgens. Peter had op dat moment al de Grinta half uitgelezen. De organisatie speelde vanaf 6u ook zijn muziek en het leek er eventjes op dat men maar 3 liedjes meehad, waarvan eentje nog populairder was dan het andere. Na enkele keren horen leek het alsof men zong over Paris Roubaix, of was dat gewoon het idee. Wat geen idee was, was het feit dat het begon te regenen, eerst lichte regen, dan weer iets harder. De straten lagen behoorlijk snel nat. ’t Zou toch niet waar zijn hé!

Rond 7u20 waren we klaar om te vertrekken én toen werd duidelijk waarom er elke keer hetzelfde Franse liedje werd afgespeeld. Er werd vertrokken in waves en als laatste liedje werd steeds het nummer Paris / Roubaix van Le Ch’ti orkestra (https://www.youtube.com/watch?v=j7DzfOgNpfw) gespeeld alvorens de burgemeester het startschot gaf. Deze was trouwens erg in zijn nopjes, want men moest hem van tussen de deelnemers plukken om het startschot te geven.

Bij de start was het nog lichtjes aan het regenen. De eerste kilometers gingen behoorlijk rustig, gelukkig begon het ook iets beter weer te worden (lees: geen regen). Na 12 kilometer kregen we de eerste kasseistrook, nummer 27 voor de wielen geschoven. Ik voelde al snel dat het beste er niet inzat vandaag. Na de Ronde was ik wat ziek geweest, en dat voelde ik. Gelukkig was ik niet de enige, waardoor ik in het wiel kon blijven op de rug van de kasseien. Ik vond het niet echt nuttig om opzij voorbij te steken, liever op het gemak beginnen.

Na kilometer 22,5 begonnen we aan één van de langere stroken van de dag, en met 4 sterren ook nog behoorlijk lastig. Af en toe voelde ik mijn achterwiel wegschuiven, maar nooit erg veel. Wat ik wel merkte was het voordeel van een crossfiets t.o.v. eigenlijk een gewone racefiets (want buiten dubbel stuurlint en 25 mm bandjes heb ik niets speciaals gedaan). Maar goed, we waren hier dan ook om het gevoel van de profs mee te maken. Op één van de volgende stroken (ze kwamen nu zodanig snel) probeerde ik wat tempo te maken, maar de wind besliste er anders over, ik werd tot 2x toe naar de zijkant van de kasseien gewaaid waardoor ik gewoon rustig de stroken uitgereden heb. Risico nemen, neen daar had ik geen zin in.

Na een goeie 60 kilometers kwamen in de verte de mijntorens van Wallers in zicht, en een aantal kilometer later zagen we het fameuze Bos van Wallers (Trouée d’Arenberg) liggen. Het is een speciaal gevoel om het te zien liggen, links de oude mijngebouwen, dan voorbij alle mobilhomes en dan zie je het brugje en 1 rechte baan recht voor jou. Als je de dag erna de profs er naartoe ziet stormen.. Wow!
Direct werd me duidelijk dat ik hier beter mijn schaatsen had aangebonden in plaats van de fiets te nemen. Ik zag ze overal vallen, er werd geroepen dat men opzij moest gaan, het was een boeltje! Toen ik opnieuw mijn achterwiel voelde weggaan en ze voor mij vielen ben ik uitgeklikt en langs de kant verdergegaan, en zelfs even op het paadje ernaast. Terug vertrekken op de natte kasseien was helemaal geen optie, en doordat ik mijn schoenplaatjes in de modder had neergezet kon ik ook niet meer inklikken.

10697da4d79b9c8f4cc6c5c808fd1760

Uiteindelijk erg traag en grotendeels te voet het Bos afgewerkt. Aan het einde stond Peter al mooi te wachten (‘t begint een gewoonte te worden). Hij was er gelukkig ook goed doorgekomen. Op naar strook nummer 17, een strook die ik me nog lang zal herinneren en die ook vandaag nog in de pers aanwezig is. Het was op deze strook dat enkele renners toonden hoe het niet moest door over te steken aan een gesloten overweg.

De strook zelf ging behoorlijk, tot de laatste 50 meter. Mijn voorwiel besliste opeens om weg te schuiven en opeens zag ik de kasseien van heel erg dicht bij. Peter was een paar meter voor mij en had niets gehoord, dus riep ik hem direct terwijl ik nog wat verder rolde richting de zijkant en mijn fiets van de baan probeerde te halen. Eventjes bleef ik liggen (niet buiten bewustzijn of zo), maar om even van de klap te bekomen. Peter was er al snel, een paar seconden later een seingever en ook een Nederlander wiens dochter ook meedeed. Na een paar minuten kon ik terug rechtkruipen. Het was direct duidelijk dat ik mij ergens pijn had gedaan, want mijn hand zat onder het bloed, en dat kwam van mijn arm. Er was echter aan de kledij niets te zien, wat het bizar maakte. Nadat de regenjas uit was bleek er een diepe snee van 5 cm in de arm te zitten. Gelukkig kon ik er nog op steunen, waardoor het voor mij duidelijk was dat er niets gebroken was. De bevoorrading was maar een 2-tal kilometer verder, en ik mocht meegaan in de auto van de Nederlander, want we vertrouwden het niet echt goed (af en toe voelde ik me namelijk lichtjes wegdraaien, de arm bloedde dan ook fel).

IMG_1824
Aan de bevoorrading was er een EHBO post waar men direct met 4 man rond mij stond (er was ook niemand anders hoor ;-)). Peter dacht direct dat het ging moeten genaaid worden, maar daar sprak men niet van, zelfs niet als ik het vroeg. Gelukkig maar! Zelf kan ik de wonde niet zien omdat het aan de onderkant van mijn onderarm zit, dus zag ik ook niet hoe erg het was.

Na wat oplapwerk, een verband errond en een paar ampules ontsmettingsmiddel kon ik beschikken. Toch nog wat gegeten op de bevoorrading en in eerste instantie de beslissing genomen om direct naar Roubaix te rijden. Zo kon Peter het nog uitrijden, maar was ik op het gemak. Dat wou Peter echter niet “Samen uit, samen thuis”. Dus stelde ik voor de omleidingen te volgen voor de wagens, en zo de kasseizones te vermijden, en eventueel ging ik in het gras rijden. Dat deed bij hem de vraag opkomen “waarom rij je ze dan niet allemaal in het gras”. Even getwijfeld, maar dan toch vertrokken. Ik zou wel zien na 1 strook. Het verschil in afstand langs de gewone weg was ook maar een kilometer of 20.

De stroken kwamen nu wel snel achter elkaar. Al bij al ging het nog behoorlijk, als de stroken niet té slecht waren, dan kon ik op de kasseien blijven, werd het te slecht, dan koos ik voor de graskant, al is die ook niet ideaal natuurlijk. Eigenlijk was het ook niet de pijn aan de arm die me deze beslissing liet nemen, maar gewoon het risico dat ik niet wou opzoeken + al die schokken kunnen ook niet goed zijn. Het was aftellen van strook naar strook, gelukkig was er veel herkenning van vorige editie, dus wist ik meestal nog hoe de stroken eruit zagen, wat herkenningspunten opleverde.

Na één van de stroken trouwens Kaj tegengekomen (door hem besloot ik vorig jaar om mee te doen aan de Paris – Roubaix Challenge). Op de verbindingswegen was hij nog te volgen (omdat hij het erg rustig aanpakte), maar op de kasseien leefde hij zich echt uit! Al bij al voelde ik me ook wel terug goed, maar de schrik om te vallen zat er in. Meestal kon ik het begin van een strook nog op de kasseien blijven, maar na een tijdje viel het tempo zodanig weg dat ik voor de berm koos.

42 kilometer later (waarvan bijna 50% kasseizones) kwamen we aan de bevoorrading in Templeuve. Daar terug wat krachten op gedaan, want door het bezoek aan de EHBO op de vorige stop had ik iets te weinig gegeten. Gelukkig waren de bevoorradingen meer dan in orde! Gelukkig lag de bevoorrading iets minder dicht bij de kasseien als vorige keer (vorige keer lag ze aan het begin van de strook). Templeuve is maar 2 sterren, waarschijnlijk door de afstand. Maar pfew! Als je net eventjes gestopt bent geen pretje.

Het was nu nog 34 kilometer tot aan de Vélodrome van Roubaix, maar met nog wel 2 zware stroken: Camphin-en-Pévèle en Carrefour de l’Arbre. Op de tussenstukken voelde ik wel dat de conditie nog goed was, op de kasseien voelde ik vooral de arm tegentrekken (maar eigenlijk beide armen, het schokken wreekte zich). De handen deden op dat moment al een hele tijd pijn. Ook het rechterbeen had een klap gekregen tijdens de val, dus ook daar had ik wel wat pijn.

Een 3 tal kilometer voor de viersterrenstrook Camphin-en-Pévèle werd het donker en begon het te regenen. Tel daarbij nog eens een stevige wind, en het lag er weer gevaarlijk bij. Op de rug van de kasseien rijden was geen optie, daarvoor was het te glad op de 25mm bandjes. Het vertrouwen was ook wat weg, dan maar de berm. Dat ging goed tot 300 meter verder er iemand viel in de berm. Een diepe put vol van modder en het voorwiel zat vast. Erna was het helemaal niet meer te doen, en ben ik maar te voet verder gegaan. Het was mij het risico niet waard om nog eens te vallen. Ik vreesde al voor Carrefour de l’Arbre, die maar 500 meter verder lag.

De wegomlegging vond ik niet, dus ben ik maar gestart in de berm, wat goed ging tot aan de bocht naar het rechte stuk. Vanaf daar was er geen berm meer, enkel gladde kasseien, waardoor ik ook maar te voet verder ging. Daardoor zat de fiets vol modder en liep het wiel vast aan de remmen, ook de schoenplaatjes vol modder, dus inklikken ging ook niet meer… Peter stond me op te wachten aan het einde van de zone (die moet daar erg lang gestaan hebben denk ik, want het was toch eventjes wandelen).

Maar goed, de lastige stroken waren voorbij. Gruson en Hem kan je niet erg lastig noemen én deze hebben een mooi paadje langsheen de kasseien. Wat restte was nog het drukke verkeer van Roubaix en een aankomst op de piste. Intussen had ook mijn achterversnelling het begeven waardoor ik op een klein verzetje rondreed, niet ideaal voor de eindspurt ;-).

Na een 168 kilometer (waarvan 52,4 km kasseien) kwamen we aan op de piste van Roubaix. Een onbeschrijfelijk gevoel. Ik heb misschien iets meer dan gedacht het kantje op gezocht, maar ergens heb ik wel een reden. De medaille van editie 2015 heeft bloed, zweet en tranen gekost. Het was een lastige editie geweest door de regen en de val! Weer eentje om in te kaderen.

IMG_1815

IMG_1819

Aangezien ik zag dat er behoorlijk wat bloed aan het verband hing, besloot ik om de EHBO aan de finish te bezoeken. Conclusie was daar hard maar duidelijk: dit moet onmiddellijk genaaid worden! De wonde werd weer omwonden en we konden met de fiets richting het ziekenhuis, dat nog een paar kilometer verder lag.
Daar aangekomen was alles snel geregeld voor mijn dossier, maar duurde het toch eventjes vooraleer ik echt onder handen genomen werd. Na meer dan twee uur kon ik het ziekenhuis verlaten met twee hechtingen. Peter had al die tijd zich moeten bezighouden, want de batterij van zijn GSM was plat. Gelukkig zat hij net tegenover de koffie-automaat.

Eens uit het ziekenhuis konden we terug richting de piste rijden om van daaruit onze weg te vervolgen naar mijn auto. Onze fietsen lagen snel in de auto en we konden koers zetten richting mobilhome. Peter had intussen beslist om daar te blijven overnachten (Sorry Marloes, door mijn schuld moest je hem 2 nachtjes moest missen).
Zelf reed ik nog terug naar huis, want Ronse lag op een goed uur rijden.

Het was onverwachts een lange dag! Maar het was goed dat ik nog naar het hospitaal geweest ben in Roubaix. Daar ben ik erg goed geholpen, men deed zeer goed zijn best om het goed uit te leggen wat er gedaan werd, het was er gewoon een drukke dag (en niet door Roubaix, want er waren maar 4 fietsers langsgeweest).

Nu zal het echt eventjes duren vooraleer ik terugkeer naar hier. De volledige afstand zal er niet meer inzitten. Been there, done that. Het is al bij al geen plezier om 1/3 van de rit op de kasseien te rijden. Als ze glad liggen + als je valt is het dan nog een stukje erger. Maar goed, we hebben het weeral gedaan.

Bedankt aan de medische posten, de eerste om me niet direct naar het ziekenhuis door te sturen (of ik had nooit uitgereden), de tweede om mij wel door te verwijzen.
Peter voor al zijn geduld (ligt het niet aan de conditie ligt het aan een valpartij) en het leuke gezelschap natuurlijk. Ook bedankt voor het gebruik van de mobilhome (dus ook bedankt ouders van Peter!). Mijn vrouwtje om weer alles te moeten ondergaan, en mij weer te moeten verzorgen. En wederom iedereen die reacties postte op de sociale media!

Filed Under: Uncategorized

05 Apr

1 Comment

Ronde van Vlaanderen 2015

by

Nadat ik vorig jaar Parijs – Roubaix en Luik – Bastenaken – Luik samen met Peter reed, stelde ik hem eind vorig jaar voor om ook eens de Ronde van Vlaanderen te doen. Voor hem een volledig nieuwe streek, en zo kon hij ook deze klassieker toevoegen aan zijn palmares.

Op vrijdagavond kwam Peter al over vanuit Nederland, om hier de laatste krachten op te doen (en natuurlijk ook te blijven overnachten). Na een gezellige avond konden we gaan slapen voor een toch wel korte nacht. Rond 5 u ging de wekker af om te ontbijten en te vertrekken naar Oudenaarde. Daar wachtte mijn pa ons op voor een enkel ritje naar Brugge, de retour was per fiets.

Onderweg begon het al lichtjes te regenen. De buienradar en KMI app gaven echter aan dat het niet veel zou zijn. In Brugge was het terug wat droger, wat ons hoop gaf. Het bleek valse hoop, want bij het rijden naar de start begon het terug meer en meer te regenen, wat het zelf soms wat gevaarlijk glad maakte in Brugge.

11083604_10203829661203743_3150581787174431292_n

Aan een rustig tempo vertrokken we uit Brugge rond 7u20. Iets later dan gehoopt misschien, maar we hadden beslist het rustig aan te doen, dus erg was dat niet. Er was nog tijd genoeg (hoopten we).

De voorbije keren had ik bij de aanvangsfase steeds het gevoel dat het erg snel ging in groepen, deze keer werd er dankzij het slechte weer wat rustiger gereden. Af en toe kwam er wel een groepje iets sneller voorbij, en zo probeerden we van groepje naar groepje mee te gaan, zonder al teveel krachten te verspillen. 
Op een bepaald moment passeerde Thomas (waarmee ik vorig jaar de Ronde reed) ons, even aangepikt met zijn groepje, al ging het toch wel snel. Tot aan de eerste bevoorrading hebben we meestal in dezelfde groep gezeten. Bij de bevoorrading was het echter druk, waardoor we elkaar daar wat uit het oog verloren.

Intussen bleef het maar regenen en erg warm was het ook niet, al had ik vooral last (zoals denk ik de meerderheid van de deelnemers) aan de handen. De handschoenen waren doorweekt, en ik kreeg de handen echt niet warm. Lang stoppen was er dan ook niet bij en ergens waren we blij dat de eerste hoogtemeters eraan kwamen. Ok, wat je rond Kortrijk vindt is niet te vergelijken met wat nog ging komen, maar het zorgde wel dat je eventjes wat warmer kreeg.

Even later werd ook de eerste echte officiële helling aangedaan: de Tiegemberg. Weinig over te zeggen, want na een goeie 90 km kan en mag die geen probleem zijn. Ik voelde tijdens het klimmen wel dat het behoorlijk goed ging.

Bij de tweede bevoorrading was het serieus klappertanden, erg lang wachten was er niet bij. Wat meli-koeken naar binnen gewerkt, zodat we er weer wat tegenaan konden. Langs de Schelde even gestopt om de remmen bij te regelen, want de regen had de remblokjes wat doen verdwijnen. Gelukkig was het op dat moment al een 20 tal minuutjes droog, waardoor de straten zelfs al wat begonnen op te drogen.

Na 126 km en iets meer dan 5 uur rijden kwamen we aan de heuvelzone aan, met als eerste de Wolvenberg.  Gezwinder dan vorig jaar reed ik naar boven, waarna direct de eerste kasseistrook voor de wielen werd geschoven: de Ruiterstraat. Het teken dat er een periode van kasseien aankwam, want even later doorkruisten we Mater op de kasseien van Kerkgate.

Ik kwam de stroken telkens ietsje sneller dan Peter boven / voorbij, wat me wat ruimte gaf om eventjes terug op adem te komen. Ik merkte wel dat het trainingswerk geloond heeft, want ik had het gevoel dat ik de Molenberg erg goed naar boven reed.

Na de Molenberg was er enkel nog de Paddestraat over vooraleer we aan bevoorrading 3 aankwamen. Op de Paddestraat even last gehad van een Italiaans busje dat voor mijn wielen kwam gereden en niet direct opzij wou gaan. De kasseien waren gelukkig al deels opgedroogd, al voelde ik soms nog het achterwiel doorslippen.

De Haaghoek was de volgende lastige strook. In de afdaling het spoor van Peter gevolgd, op het stukje bergop even volle bak gegaan en de rest van de kasseistrook rustig afgewerkt, want na de Haaghoek was het de Leberg opdraaien. Eens voorbij de Leberg ging het direct richting Berendries. Op de Berendries voelde ik voor de eerste keer de benen tegensputteren, iets wat op de Valkenberg ook gebeurde. De eerste uren ging het dan niet erg snel, maar door de regen verspil je wel wat meer krachten dan je wil natuurlijk.

De Eikenberg was de laatste helling alvorens we opnieuw richting Oudenaarde reden om er nog eens van de bevoorrading te genieten. Het was kwestie van genoeg te eten en te drinken, want het zwaarste stuk kwam er nu aan, te beginnen met de Koppenberg

In tegenstelling tot vorig jaar was het nu behoorlijk druk op de Koppenberg. Het leek alsof er een wandeling bezig was, want je zag al snel mensen te voet gaan. Zelf geprobeerd om door te rijden tot op het einde, maar het steilste stuk was een metertje of 5 te lang. Het achterwiel kwam in de modder terecht, waardoor de kracht weg was. Snel opzij gesprongen zodat Peter kon passeren, maar ook hij raakte jammergenoeg vast.
 Uiteindelijk tijdens onze wandeling naar de top amper 4 man zien bovenkomen (en allemaal van dezelfde club, die hadden de juiste bevoorrading genomen ;-)). Erg jammer, maar de drukte en de regen maakte het onmogelijk.
Tijd om te treuren was er niet, want alles kwam nu snel na elkaar. De Mariaborrestraat, Steenbeekdries en Stationsberg zorgden voor een strook van 2 km kasseien. Vooral de Stationsberg is niet mijn favoriet. Afdalen op kasseien is nooit leuk, en al zeker niet na bijna 200 km.

De Taaienberg was de volgende helling, en die was inderdaad erg ‘taai’. Geprobeerd om op de kasseien te blijven, en in tegenstelling tot vorig jaar lukte dit ook. Ik zag Peter ook al snel lachend bovenkomen, het zat nog goed bij hem! Topper!

Bovenop de Kaperij stond Red Bull om ons vleugels te geven, ideaal, want enkele kilometers verder lag de Kanarieberg.
Bovenaan stond Magalia te supporteren (en mijn pa was telefonisch aan het supporteren). Erg leuk, en in tegenstelling tot vorig jaar zag ze me niet echt naar boven kruipen, maar iets gezwinder (hoop ik toch).
Na een korte stop ging het alweer naar beneden, en zoals Peter zegt “Nu weten we dat het terug omhoog gaat gaan”. En dat omhoog, dat was deze keer de Oude Kruisstraat. De eerste meters (zonder kasseien) gingen nog vlot. Op de kasseien ging het al iets minder. En in de klim naar de Hotond zelf voelde ik wat Sep Vanmarcke vandaag ook voelde, de benen leeg door een hongerklopje. Vlug wat energie opgedaan zodat ik de Karnemelkbeekstraat ook overleefde om daar een laatste keer te bevoorraden.

Met een terug gevulde maag en vol goede moed ging het naar de laatste 2 hellingen. Het kon nu niet meer mislopen! Op de Kwaremont ging het meer dan behoorlijk, niet al té diep moeten gaan.

De Paterberg was de laatste, ik waarschuwde Peter net voor de bocht naar rechts nog: vergeet niet terug te schakelen, bleek mijn ketting toch wel niet goed te liggen zeker. De ketting blokkeerde en het tempo was er volledig uit. Aangezien ik nog maar 3 meter ver was gekozen om terug te keren en opnieuw te beginnen.

10985397_10153225584339233_1455577753610236642_n

Gezwind was het niet, maar we kwamen boven op de laatste helling. Enkel nog wat vlakke kilometers richting Oudenaarde tot aan de finish, al vielen ze nog behoorlijk tegen want de wind zat niet mee.

Rond 19u19 kwamen we aan de officiële finish. 245 km achter de rug, 12u30 onderweg waarvan 5 uur in de regen. Was het zo blijven regenen dan waren we waarschijnlijk vroegtijdig gestopt, maar goed. Je bent Flandrien of je bent het niet hé Peter.
Met een super gevoel gefinished. De conditie is zoals ze moet zijn! De kennismaking tussen Peter en de Vlaamse Ardennen was ook erg goed verlopen, al mag hij nu niet denken dat het hier steeds regent ;-). Hij bleef lachen en had overal plezier in (alhoewel het iets minder was in de regen).

17909_10153225687424233_5931495808157219363_n

Enkele videootjes staan op de officiële site. Op Strava staat de volledige opname van de rit.

Hierbij wil ik Peter bedanken voor de erg gezellige dag, mijn vader om ons naar Brugge te voeren, Magalia voor de steun en het supporteren op de Kanarieberg. En natuurlijk ook iedereen die een reactie achterliet op de sociale media. Duizendmaal dank!

Filed Under: Uncategorized